Loading

Geavanceerde instellingen voor scanopdrachten

Inleiding

Als u op de scantegel op het multi-touch-paneel tikt, kunt u een sjabloon selecteren.

Als u een sjabloon selecteert en nogmaals tikt, wordt er een venster met alle instellingen geopend. In de tabel hieronder vindt u een overzicht en een beknopte beschrijving van de beschikbare instellingen op de printer. Een gedetailleerde beschrijving van elke instelling is te vinden in WebTools Express.

OPMERKING

De waarden voor de compressiemodus en organisatie veranderen afhankelijk van de geselecteerde kleurmodus en het gekozen bestandstype. In bepaalde situaties en voor bepaalde bestandstypes kunt u de compressie- en organisatie-instellingen niet instellen. Voor meer informatie hierover raadpleegt u Bestandstype.

Categorie: [Bestand]

Instelling

Instellingswaarden

Instellingswaarden

Functie

[Bestandstype]

[Bestandstype]

[TIFF]

[TIFF meerdere pag.]

[PDF]

[PDF Multipage]

[PDF/A]

[PDF Multipage]

[JPEG]

[CALS]

[Het bestandstype van het gescande beeld. De lijst met bestandstypen is afhankelijk van scannen naar kleur, grijstinten of zwart-wit: CALS is alleen beschikbaar bij scannen naar zwart-wit; JPEG is niet beschikbaar bij scannen naar zwart-wit.]

[Compressie]

[Group 4]

[Group 3]

[Flate]

[Packbits]

[JPEG]

[LZW]

[Geen]

Het soort compressie bij scannen naar TIFF of PDF.

Deze is afhankelijk van het [Bestandstype].

[JPEG-kwaliteit]

[Maximaal]

[Hoog]

[Medium]

[Laag]

De beeldkwaliteit bij scannen naar JPEG en PDF met JPEG-compressie. Bij een lagere kwaliteit neemt de compressie toe, wat resulteert in een kleiner bestand.

[Organisatie]

[Onbewerkt]

[Stripped]

[Tiled]

[De bestandsindeling bij scannen naar TIFF.]

Instelling

Instellingswaarden

Functie

[Resolutie]

[100]

[200]

[300]

[400]

[600]

[De resolutie van het gescande beeld in dpi.]

[Kleurmodus]

[Kleur]

[Grijstinten]

[Zwart-wit]

[Bepaalt of een scan in kleur, grijstinten of zwart-wit moet worden gemaakt. Sommige combinaties van 'Kleurmodus' en 'Bestandstype' zijn ongeldig: bij een verandering van 'Kleurmodus' kunnen 'Bestandstype', 'Compressie voor TIFF' en 'Compressie voor PDF' worden gereset.]

Categorie: [Origineel]

Instellingswaarden

Instellingswaarden

Functie

[Soort origineel]

[Lijnen/tekst standaard]

[Lijnen/tekst gevouwen]

[Gekleurd origineel]

[Illustraties]

[Kaart]

[Blauwdruk]

[Donker origineel]

[Foto]

Geef op welk soort origineel u gebruikt. De keuze hangt af van de gekozen [Kleurmodus]. Voor meer informatie over het kiezen van het juiste soort origineel raadpleegt u Het type origineel.

[Breedte origineel]

[Automatisch]

De breedte van het origineel wordt automatisch door de scanner gedetecteerd.

[Standaard]

De breedte van het origineel is een standaard formaat.

Selecteer een van de beschikbare standaardinstellingen in de lijst.

OPMERKING

Afhankelijk van de materiaalserie die u heeft opgegeven in WebTools Express

[Aangepast]

De breedte van het origineel is een aangepast formaat.

U kunt een formaat invoeren binnen het bereik tussen 210 en 914 mm of 8,5 en 36 inch.

Instellingswaarden

Instellingswaarden

Functie

[Rand verwijderen]

[Bovenrand verwijderen]

[Een rand wissen van het begin van het origineel.]

Van 0 tot 400 mm of van 0 tot 16 inch.

[Onderrand verwijderen]

[Een rand wissen van de onderkant van het origineel.]

Van 0 tot 400 mm of van 0 tot 16 inch.

[Linkerrand verwijderen]

[Een rand wissen van de linkerzijde van het origineel. ]

Van 0 tot 400 mm of van 0 tot 16 inch.

[Rechterrand verwijderen]

[Een rand wissen van de rechterzijde van het origineel.]

Van 0 tot 400 mm of van 0 tot 16 inch.

[Spiegelen]

[Aan]

[Uit]

[Indien ingeschakeld wordt het beeld gespiegeld langs de verticale as (de transportrichting van het materiaal). ]

Gebruik [Aan] voor sterk gekrulde transparante originelen die ondersteboven in de scanner ingevoerd moeten worden. Of voor (donkere) transparante originelen waarop de informatie op de achterzijde is afgedrukt.

Categorie: [Kwaliteit]

Instelling

Instellingswaarden

Functie

[Scankwaliteit]

[Automatisch]

[Normaal]

[Hoog]

De kwaliteit van de scan opgeven.

  • [Automatisch] is de standaardwaarde waarmee automatisch de beste scankwaliteit voor uw opdracht wordt gekozen op basis van uw scaninstellingen.

  • Kies [Hoog] om met een hogere resolutie te scannen. Hiermee voorkomt u een moiré-effect bij originelen die grijze of gekleurde delen bevatten.

  • Selecteer [Normaal] als de productiviteit een belangrijke factor is.

    Voor pure CAD-originelen is [Normaal] doorgaans voldoende.

[Lichter/donkerder]

Waarde van -5 tot 5

De helderheid en het contrast van een scan opgeven. Verhoog de waarde om de scan lichter te maken of verlaag de waarde om de scan donkerder te maken.

Als u een scan donkerder maakt, wordt de informatie donkerder terwijl de achtergrond minder beïnvloed wordt. Als u een scan lichter maakt, wordt zwakke informatie niet afgekapt naar wit.

[Achtergrondcompensatie]

[Aan]

[Uit]

[Automatisch]

Achtergrondruis op het beeld verminderen

  • De standaard waarde is [Automatisch]. Afhankelijk van het gekozen [Soort origineel], wordt al dan niet automatische achtergrondcompensatie toegepast.

  • U kunt [Automatisch] negeren door [Aan] of [Uit] te selecteren.

De toegepaste methode voor achtergrondcompensatie is afhankelijk van het gekozen type origineel.

[Kleurmarkering]

[Aan]

[Uit]

Instellen op [Aan]:

  • om notities met een markeerstift beter zichtbaar te maken.

  • om kleuren te benadrukken, van CAD-tekeningen met gekleurde informatie en achtergrondinformatie in grijstinten (zwart).

OPMERKING
  • Als de [Kleurmodus] wordt ingesteld op [Kleur], wordt de verzadiging van de kleuren met deze functie vergroot.

  • Als de [Kleurmodus] wordt ingesteld op [Grijstinten], worden de kleuren donkerder gescand dan de grijstinteninformatie in het origineel.

  • De instelling wordt uitgeschakeld voor de origineeltypen [Foto], [Illustraties] en [Blauwdruk].

Categorie: [Workflow]

Instelling

Instellingswaarden

Functie

[Bestemming]

[Type]

De locatie selecteren waarnaar u wilt scannen.

Deze locatie blijft actief gedurende de hele scansessie.

Voor meer informatie zie Uw locaties configureren

[Scannaam]

[Scannaam]

Het toetsenbord gebruiken om de scanbestandsnaam te wijzigen.

De gewijzigde scanbestandsnaam blijft gedurende de hele scansessie behouden.

[Tijdstempel in naam scan]

Stel in op [Aan] om een datum-tijd postfix toe te voegen aan de string die is gedefinieerd in [Scannaam].

De date-time postfix bevat de tijd waarop de scan is gemaakt, in het formaat _yyyymmdd_hhmmss.

[Testafdruk]

[Aan]

[Uit]

Bij [Aan] wordt er een print van uw gescande beeld gemaakt.