Wanneer u een opdracht in vellen wilt afdrukken, kunt u ervoor kiezen om het materiaal automatisch te snijden na elke kopie. Materiaalcategorieën die een drukbalk nodig hebben of handmatig moeten worden gesneden, kunnen niet na elke kopie automatisch worden gesneden.
Controleer de materiaalcategorie van uw materiaal en zorg ervoor dat de materiaalconfiguratie juist is ingesteld in de RIP. Voor meer informatie raadpleegt u De materiaalinstellingen wijzigen.
Stel [Winding tension] in op [no tension bar] .
Vink het vakje voor [Suitable for printer cutter] aan.
Vink het vakje voor [Printer does copies] aan.
Als u extra witruimte tussen elke kopie wilt toevoegen, moet u een achter- of voorrand definiëren in het lay-outvoorbeeld van uw opdracht in de RIP.
Vul de achter- of voorrand in en zorg ervoor dat de waarde van [Intercopy spacing] de som is van de lengte van de achter- en voorrand.
Als u al een standaard achter- of voorrand had gedefinieerd in het bedieningspaneel, stelt u de waarden in 0.
Afdrukken met een snede na elke kopie wordt ingesteld in de [Uitvoerconfiguratie] op het bedieningspaneel.
Het wordt ten sterkste aangeraden om de [Uitvoerconfiguratie] te wijzigen wanneer de wachtrij leeg is.
Het geïntegreerde blad snijdt automatisch het materiaal nadat elke afbeelding is afgedrukt.
Als u het snijden na elke kopie wilt stopzetten, kunt u de uitvoerconfiguratie opnieuw wijzigen, nadat de opdracht zijn voltooid en de wachtrij leeg is.