Loading

Standaardkleur definiëren

Naar de standaardinstellingen voor kleur gaan

Open de Settings Editor en ga naar: [Kleur]  → [Std. kleuren] .

Tabblad [Std. kleuren] 

De standaardkleuren definiëren

Standaardkleuren
  1. Gebruik de instelling [Zwart-wit afdrukken]  om aan te geven hoe opdrachten worden afgedrukt: in zwart-wit of kleur.

  2. Gebruik de instelling [Beeld vloeiend maken]  om niet-vloeiende lijnen en blokken in afbeeldingen in het document te voorkomen. Dit gebeurt wanneer bronobjecten een lagere resolutie hebben dan de printer. De interpolatiemethode [Beeld vloeiend maken] heeft alleen invloed op afbeeldingen van minder dan 300 dpi.

  3. Gebruik de instelling [Minder moiré v. afbeeldingen]  om een algoritme voor de beperking van moiré toe te passen om fotografische afbeeldingen te verbeteren. Houd er rekening mee dat de beperking van moiré voor afbeeldingen met een resolutie van minder dan 300 dpi alleen effect heeft als de instelling [Beeld vloeiend maken] is ingeschakeld.

  4. Met de instelling [Overprintsimulatie PDF]  kunt u ondoorzichtige objecten transparant weergeven. Onderliggende objecten worden zichtbaar. Als deze optie is uitgeschakeld, worden alle onderliggende kleuren genegeerd door de kleuren bovenaan.

  5. Gebruik de instelling [Puur zwart behouden]  om puur zwart behouden toe te passen, indien mogelijk. Puur zwart behouden betekent dat de kleur zwart voor 100% uit de inktkleur zwart bestaat. Wanneer puur zwart behouden niet mogelijk is of als deze functie is uitgeschakeld, bestaat de kleur zwart uit een combinatie van twee of meer inktkleuren (cyaan, magenta, geel en zwart).

  6. Gebruik de instelling [Spot colour matching]  om steunkleurafstemming in of uit te schakelen. Als een bronbestand een steunkleur bevat, moet de printer op de hoogte zijn van de steunkleurdefinitie om de vereiste kleur exact af te drukken.

  7. Gebruik de instelling [Uitvoeropzet PDF/X gebr.]  om aan te geven of PDF-bronbestanden moeten worden afgedrukt volgens hun geïntegreerde output intent. Met PDF/X worden de afdrukvoorwaarden opgegeven waarvoor een PDF/X-bestand wordt gemaakt. Deze afdrukvoorwaarden worden output intents genoemd. De printer kan PDF/X-compatibele PDF-bronbestanden verwerken. In dat geval overschrijft de output intent de DeviceCMYK rendering intent en het DeviceCMYK invoerprofiel.

  8. Met de instelling [Zwart overvullen]  kunt u de printer dwingen om puur zwarte tekst en afbeeldingen af te drukken over de achtergrondkleur. [Zwart overvullen] voorkomt dat er witte lijnen om zwarte tekens en afbeeldingen worden weergegeven.

    • [Zoals in document]: zwart overvullen is niet toegepast.

    • [Ingeschakeld voor tekst]: zwart overvullen is toegepast op teksten.

    • [Ingeschakeld voor tekst en afbeeldingen]: zwart overvullen wordt toegepast op tekst en afbeeldingen.

  9. De instelling [Compensatie zwarte punten (BPC)]  is van toepassing op de relatieve colorimetrische rendering intent. Details in donkere gebieden van het document kunnen verloren gaan met de standaardkleurconversie. Met Compensatie zwarte punten lijnt u het donkerste haalbare zwartniveau (zwartpunt) van de bron uit met het donkerste haalbare zwartniveau op de printer.

    • [Uitgeschakeld]: Compensatie zwarte punten wordt niet toegepast.

    • [Adobe BPC]: de Adobe-implementatie van [Compensatie zwarte punten (BPC)].

    • [Verbeterde BPC]: wanneer het zwartpunt in het document vrij licht is, selecteert u [Verbeterde BPC].

De DeviceRGB -instellingen definiëren

De Settings Editor slaat de DeviceRGB invoerprofielen op waaruit u een standaard DeviceRGB invoerprofiel kunt selecteren.

  1. Gebruik de instelling [DeviceRGB-invoerprofiel]  om het standaard DeviceRGB-invoerprofiel te selecteren.

  2. Gebruik de instelling om de standaard rendering intent voor [DeviceRGB rendering intent] te selecteren om de methode voor kleurconversie te bepalen voor kleuren die buiten het gamma vallen.

  3. Gebruik de instelling [RGB-profiel negeren]  om aan te geven of het geïntegreerde DeviceRGB-invoerprofiel wel of niet moet worden genegeerd.

De DeviceCMYK -instellingen definiëren

De Settings Editor slaat de DeviceCMYK invoerprofielen op waaruit u een standaard DeviceCMYK invoerprofiel kunt selecteren.

  1. Gebruik de instelling [DeviceCMYK-invoerprofiel]  om het standaard DeviceCMYK-invoerprofiel te selecteren.

  2. Gebruik de instelling om de standaard rendering intent voor [DeviceCMYK rendering intent] te selecteren om de methode voor kleurconversie te bepalen voor kleuren die buiten het gamma vallen.

  3. Gebruik de instelling [CMYK-profiel negeren]  om aan te geven of het geïntegreerde DeviceCMYK-invoerprofiel wel of niet moet worden genegeerd.

  4. Gebruik de instelling [Standaardregels voor intent CMYK-verzadiging]  om aan te geven of de standaardregels voor ICC-kleurbeheer van de CMYK-intentverzadiging moeten worden toegepast. Voor de CMYK-intentverzadiging wijst de printer standaard pure (100%) C-, M-, Y- en K-invoerkleuren toe aan pure C-, M-, Y- en K-uitvoerkleuren. Het kan echter nodig zijn om de standaardregels voor ICC-kleurbeheer te gebruiken zonder verbetering van het kleurbeheer van de printer.

Meer informatie

Een invoerprofiel opgeven