Loading

Geavanceerde instellingen voor kopieeropdrachten

Inleiding

Als u op de kopieertegel op het multi-touch-bedieningspaneel tikt, kunt u uw eigen instellingen opgeven.

Naast de tegels met voorinstellingen kunt u de geavanceerde instellingen selecteren onder [Alle instellingen weergeven]. Deze instellingen worden voor uitgebreide kopieeropdrachten gebruikt. In de tabel hieronder vindt u een overzicht en een beknopte beschrijving van de beschikbare instellingen op de printer. Een gedetailleerde beschrijving van elke instelling is te vinden in WebTools Express.

Categorie voorinstellingen: [Materiaal]

Instelling

Instellingswaarden

Functie

[Materiaalsoort]

Elk type

Overzicht materiaalsoorten

De materiaalsoort die u gebruikt.

[Materiaalformaat]

Elk formaat

Overzicht materiaalformaten.

Het materiaalformaat dat u gebruikt.

[Materiaalbron]

[Automatisch]

'Rol 1-6' (beschrijving van de materiaalsoort en het materiaalformaat op de betreffende rol)

De materiaalinvoer voor kopiëren of printen opgeven. Als u [Automatisch] selecteert, kiest de printer automatisch de materiaalrol.

Categorie voorinstellingen:[Lay-out]

Instelling

Instellingswaarden

Functie

[Snijgrootte]

[Snijmethode]:

  • [Synchroon]

  • [Standaard]

  • [Aangepast]

Als de instelling [Synchroon] is, wordt de print gesneden afhankelijk van het beeldformaat.

Als de instelling [Standaard] is, wordt de print gesneden in een standaard materiaalformaat.

Als de instelling [Aangepast] is, moet u de afmetingen handmatig invoeren.

[Aangepaste snijlengte]

Snijdt de print op de opgegeven lengte.

Van 210 tot 20.000 mm.

[Een voorrand toevoegen]

Voegt een blanco strook toe aan het begin van de uitvoer.

Van 0 tot 400 mm.

[Een achterrand toevoegen]

Voegt een blanco strook toe aan het eind van de uitvoer.

Van 0 tot 400 mm.

[Rand verwijderen]

[Boven]

[Een rand verwijderen aan het begin van het origineel.]

Van 0 tot 400 mm.

[Onder]

[Een rand verwijderen aan de onderkant van het origineel.]

Van 0 tot 400 mm.

[Links]

[Een rand verwijderen aan de linkerkant van het origineel.]

Van 0 tot 400 mm.

[Rechts]

[Een rand verwijderen aan de rechterkant van het origineel. ]

Van 0 tot 400 mm.

[Plaatsing]

[Uitlijning]:

  • [Linksboven]

  • [Boven]

  • [Rechtsboven]

  • [Links]

  • [Midden]

  • [Rechts]

  • [Linksonder]

  • [Onder]

  • [Rechtsonder]

[Lijnt het beeld uit op het materiaal.]

[Horizontaal schuiven]

[Verschuift het beeld in horizontale richting (na uitlijning op een van de onder 'Uitlijning' gegeven posities).]

Van -1067 mm tot 1067 mm.

[Verticaal schuiven]

[Verschuift het beeld in verticale richting (na uitlijning op een van de onder 'Uitlijning' gegeven posities).]

Van -1219 mm tot 1219 mm.

[Schalen]

[1:1]

Het beeld schalen naar het formaat van het origineel.

[Aan materiaalformaat]

Past de schaal aan aan de geselecteerde materiaalbreedte.

OPMERKING

U kunt deze instelling alleen gebruiken als er een specifieke materiaalrol is geselecteerd.

[Naar standaardformaat]

Schaalt het beeld zodat het past bij het materiaalformaat dat u uit een lijst selecteert.

[Aangepast]

Het beeld schalen naar een opgegeven percentage.

10 - 1000%

Categorie voorinstellingen: [Beeld]

Instelling

Instellingswaarden

Instellingswaarden

Functie

[Kwaliteit]

[Scankwaliteit]

[Normaal]

[Hoog]

De kwaliteit van de scan opgeven.

  • Kies [Hoog] om met een hogere resolutie te scannen. Hiermee voorkomt u een moiré-effect bij originelen die grijze of gekleurde delen bevatten.

  • Voor pure CAD-originelen is [Normaal] doorgaans voldoende.

Selecteer [Normaal] als de productiviteit een belangrijke factor is.

[Afdrukkwaliteit]

[Automatisch]

[Hoge snelheid]

[Economy - snel]

[Economy]

[Productie - snel]

[Productie]

[Kwaliteit - snel]

[Kwaliteit]

[Hoge kwaliteit - snel]

[Hoge kwaliteit]

De afdrukkwaliteit van uw uitvoer opgeven.

  • Selecteer [Automatisch] voor een automatische, optimale afdrukkwaliteit.

  • Selecteer de afdrukkwaliteit van [Hoge snelheid] tot [Hoge kwaliteit], waarbij de kwaliteit toeneemt terwijl de snelheid afneemt.

Als gekozen kan worden tussen de modi Snel en Standaard, ligt in de modus Snel de snelheid hoger en wordt er minder toner verbruikt dan in de modus Standaard; in de modus Standaard heeft de uitvoer een hogere tonerdekking.

[Kleurmodus]

[Kleur]

[Grijstinten]

De standaarduitvoer in kleur of grijstinten opgeven.

[Origineel]

[Soort origineel]

[Lijnen/tekst gevouwen]

[Lijnen/tekst]

[Kaart]

[Gekleurd origineel]

[Illustraties]

[Foto]

[Blauwdruk]

[Donker origineel]

Geef op welk soort origineel u gebruikt. De keuze hangt af van de geselecteerde [Kleurmodus]. Voor meer informatie over het kiezen van het juiste soort origineel raadpleegt u Het type origineel.

[Achtergrondcompensatie]

[Automatisch]

[Aan]

[Uit]

Achtergrondruis op het beeld verminderen.

  • De standaard waarde is [Automatisch]. Afhankelijk van het gekozen [Soort origineel], wordt al dan niet automatische achtergrondcompensatie toegepast.

  • U kunt [Automatisch] negeren door [Aan] of [Uit] te selecteren.

De toegepaste methode voor achtergrondcompensatie is afhankelijk van het gekozen type origineel.

[Origineel]

[Breedte origineel]

[Automatisch]

De breedte van het origineel wordt automatisch door de scanner gedetecteerd.

[Standaard]

De breedte van het origineel als standaardformaat selecteren.

OPMERKING

Afhankelijk van de materiaalsoort en het formaat zoals die zijn geconfigureerd in WebTools Express

[Aangepast]

De breedte van het origineel is een aangepast formaat.

U kunt een formaat invoeren binnen het bereik 210 - 914 mm.

[Beeld]

[Kleurmarkering]

[Aan]

[Uit]

Instellen op [Aan]:

  • om notities met een markeerstift beter zichtbaar te maken.

  • om kleuren te benadrukken, van CAD-tekeningen met gekleurde informatie en achtergrondinformatie in grijstinten (zwart).

OPMERKING
  • Als de [Kleurmodus] wordt ingesteld op [Kleur], wordt de verzadiging van de kleuren met deze functie vergroot.

  • Als de [Kleurmodus] wordt ingesteld op [Grijstinten], worden de kleuren donkerder gekopieerd dan de grijstinteninformatie in het origineel.

  • De instelling wordt uitgeschakeld voor de soorten originelen [Foto], [Illustraties], [Blauwdruk].

[Lichter/donkerder]

Waarde van -5 tot 5

De helderheid en het contrast van een kopie opgeven. De waarde verhogen voor lichtere prints en verlagen voor donkerder prints.

Als u een kopie donkerder maakt, wordt de informatie donkerder terwijl de achtergrond minder beïnvloed wordt. Als u een kopie lichter maakt, wordt zwakke informatie niet afgekapt naar wit.

[Spiegelen]

[Aan]

[Uit]

[Indien ingeschakeld wordt het beeld gespiegeld langs de verticale as (de transportrichting van het materiaal).]

Gebruik [Aan] voor sterk gekrulde transparante originelen die ondersteboven in de scanner ingevoerd moeten worden. Of voor (donkere) transparante originelen waarop de informatie op de achterzijde is afgedrukt.

[Te wissen gebied]

[Te wissen gebied: X-oorsprong]

Van 0 tot 914 mm

[De oorsprong van te wissen gebied op de horizontale as, vanaf links.]

[Te wissen gebied: Y-oorsprong]

Van 0 tot 6000 mm.

[De oorsprong van te wissen gebied op de verticale as, vanaf boven.]

[Te wissen gebied: breedte]

Van 0 tot 914 mm.

[De breedte van het te wissen gebied.]

[Te wissen gebied: lengte]

Van 0 tot 6000 mm.

[De lengte van het te wissen gebied.]

Categorie voorinstellingen: [Afwerking]

Instelling

Instellingswaarden

Functie

[Aflevering]

[Bovenste opvangrek]

Locatie boven op de printer, waar het vel met de bedrukte kant omlaag wordt afgeleverd.

OPMERKING

Niet alle materiaalsoorten kunnen bij het [Bovenste opvangrek] worden afgeleverd.

[Uitvoer achter] of [Vouwen]

Selecteer [Uitvoer achter] om de uitvoer met de bedrukte zijde boven af te leveren aan de achterzijde van de printer.

Selecteer de vouweenheid wanneer die geconfigureerd is en u uw uitvoer wilt vouwen.

[Vouwsjabloon]

Als er een vouweenheid geconfigureerd is, kunt u de gewenste vouwsjabloon selecteren zodat tijdens het vouwen de juiste voorinstellingen worden gebruikt.